Ga naar hoofdinhoud
BTW ToolsOfficieel & Gratis · Nederland
Hoog tarief — 21%

21% BTW berekenen — hoog tarief 2026

Bijgewerkt  ·  Gecontroleerd op basis van Belastingdienst-wetgeving

21% BTW berekenen: de formules

Het hoge BTW-tarief van 21% is het standaardtarief in Nederland. De berekening gaat in twee richtingen. Gebruik onze BTW calculator voor directe berekening.

21% BTW opslag: Netto × 1,21 = Bruto  |  € 100 × 1,21 = € 121,00
21% BTW terugrekenen: Bruto ÷ 1,21 = Netto  |  € 121 ÷ 1,21 = € 100,00
BTW-bedrag berekenen: Bruto × 0,1736 = BTW  |  € 121 × 0,1736 = € 21,00

Rekenvoorbeelden 21% BTW

Welke goederen en diensten vallen onder 21% BTW?

Het hoge tarief van 21% geldt voor alle goederen en diensten waarvoor geen wettelijke uitzondering bestaat. De belangrijkste categorieën:

21% BTW direct berekenen
Gratis BTW calculator — excl. naar incl. of terugrekenen

Wanneer gebruik je 21% BTW op een factuur?

Het hoge BTW-tarief van 21% is het standaardtarief in Nederland. Als ondernemer gebruikt u 21% op uw factuur zodra er geen wettelijke uitzondering van toepassing is. In de praktijk betekent dit dat de meeste facturen die zakelijke dienstverleners, IT-bedrijven, marketingbureaus, consultants en bouwbedrijven uitsturen, het hoge tarief dragen.

Twijfelt u over het tarief voor een specifieke dienst? De vuistregel is eenvoudig: controleer eerst of uw dienst op de lijst van het 9%-tarief staat of wettelijk vrijgesteld is. Als dat niet het geval is, geldt 21%. De Belastingdienst hanteert 21% als het standaard omzetbelastingtarief waarvan altijd wordt uitgegaan tenzij anders bepaald in de Wet op de omzetbelasting 1968.

21% BTW bij gemengde facturen

Levert u op één factuur zowel producten of diensten met 21% als met 9% BTW? Dan moet u per regelpost het juiste tarief vermelden. U kunt de tarieven niet samenvoegen of middelen. Op een factuur voor een restaurant dat zowel maaltijden (9% afhaal, 21% ter plaatse) als dranken (21%) verkoopt, moeten beide regels apart worden uitgesplitst met hun eigen BTW-bedrag.

Hetzelfde geldt voor een aannemer die materiaal (21%) en arbeid bij renovatie van een woning ouder dan twee jaar (9%) combineert op één factuur. De specificatie per tarief is niet alleen een wettelijke verplichting — het is ook wat de afnemer nodig heeft om de juiste voorbelasting terug te vragen.

21% BTW en de voorbelasting: hoe werkt aftrek?

Als BTW-ondernemer betaalt u 21% BTW op uw zakelijke inkopen — maar u hoeft dit bedrag niet zelf te dragen. De BTW die u betaalt op zakelijke kosten en investeringen heet voorbelasting en mag u aftrekken van de BTW die u bij uw klanten heeft geïnd. Via uw kwartaalse BTW-aangifte verrekent u beide bedragen met elkaar.

Stel: u factureert €5.000 exclusief BTW aan een klant. Dat is €1.050 aan 21% BTW die u ontvangt. U heeft dat kwartaal €800 exclusief BTW aan zakelijke kosten gemaakt, waarvan €168 voorbelasting. U draagt dan €1.050 − €168 = €882 af aan de Belastingdienst. Heeft u meer voorbelasting betaald dan ontvangen? Dan krijgt u het verschil terug.

Veelgemaakte fout: 21% aftrekken van een incl.-bedrag

Een klassieke rekenfout is 21% aftrekken van een bedrag inclusief BTW om het nettobedrag te berekenen. Dat is wiskundig onjuist. Bij een bedrag van €121 incl. BTW is het nettobedrag €100, niet €121 − €25,41 = €95,59. Het correcte ezelsbruggetje: deel altijd door 1,21 om terug te rekenen naar excl. BTW. Gebruik onze BTW calculator om dit direct foutloos te berekenen.

BTW-aangifte bij 21% omzet: wat moet u opgeven?

In uw kwartaalse BTW-aangifte geeft u uw omzet belast tegen 21% op in rubriek 1a. U vult het nettobedrag in — de Belastingdienst berekent de verschuldigde BTW automatisch. Verwar dit niet met het BTW-bedrag zelf. In rubriek 5b geeft u de totale voorbelasting op die u dat kwartaal heeft betaald op zakelijke inkopen.

Wilt u weten hoeveel u precies moet afdragen? Gebruik onze BTW aangifte calculator — vul uw omzet en inkopen in en het exacte te betalen saldo verschijnt direct.

Veelgestelde vragen 21% BTW